Voorjaarsnota 2026: stijgende WIA-kosten zijn niet alleen een instroomprobleem
In de Voorjaarsnota 2026 worden de oplopende WIA-kosten opnieuw bevestigd. Voor dit jaar gaat het om 285 miljoen euro extra, oplopend tot ruim 1 miljard euro structureel richting 2031. De verklaring die daarbij wordt gegeven is voorspelbaar: de instroom stijgt, met name door psychische klachten.
Dat beeld is maar een deel van het verhaal.
Het kabinet en UWV leggen de nadruk op de instroom, maar gaan daarmee voorbij aan een tweede, minstens zo relevante factor: de uitvoering. Die staat al jaren onder druk en dat is niet uitsluitend het gevolg van externe ontwikkelingen.
Het tekort aan verzekeringsartsen is geen nieuw probleem. De vergrijzing binnen deze beroepsgroep is al lange tijd bekend. Dat geldt ook voor de beperkte instroom van nieuwe artsen. Desondanks is er onvoldoende structureel ingespeeld op deze ontwikkeling. Het gevolg is zichtbaar: oplopende wachttijden, achterstanden en een uitvoeringsorganisatie die niet meer aansluit op de vraag.
Dat heeft directe gevolgen voor de WIA.
Beoordelingen vinden later plaats en sluiten minder goed aan op de datum in geding. Dossiers worden onder tijdsdruk afgehandeld. De ruimte voor zorgvuldige, consistente beoordeling neemt af. In die omstandigheden neemt de kans op ruimere of minder goed onderbouwde toekenningen toe, met name binnen de WGA.
Daarmee wordt de uitvoering zelf een factor in de kostenstijging.
Het is dus te eenvoudig om de stijgende WIA-uitgaven volledig toe te schrijven aan de instroom. De realiteit is dat een combinatie van factoren speelt: meer instroom én een uitvoeringsorganisatie die daar onvoldoende op is ingericht. Die twee versterken elkaar. Meer aanvragen leiden tot meer druk, en die druk leidt vervolgens tot minder scherpe beoordelingen en verdere kostenopbouw.
Voor werkgevers is dat geen theoretische discussie.
De financiële impact zit met name in de WGA. Juist daar werken onjuiste of te ruime toekenningen langdurig door in de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). In een systeem dat onder druk staat, neemt de kans op dit soort besluiten toe.
Dat vraagt om actieve sturing.
Niet uitgaan van de juistheid van een besluit, maar het toetsen. Niet wachten op UWV, maar sturen op termijnen. En waar nodig ingrijpen via bezwaar, ingebrekestelling en beroep.
De Voorjaarsnota laat zien dat de WIA structureel uit de pas loopt. De reflex om dat uitsluitend aan de instroom toe te schrijven is begrijpelijk, maar onvolledig. De uitvoering speelt een wezenlijke rol – en juist daar ligt voor werkgevers ook de mogelijkheid om het verschil te maken.