Bekijk alle actualiteiten

UWV wijst naar buiten, maar het probleem zit binnen

16 April 2026

UWV wijst naar buiten, maar het probleem zit binnen

De recente waarschuwing van de vertrekkende UWV-topman richting het kabinet volgt een herkenbaar patroon: het systeem staat onder druk, de instroom is hoog en de uitvoering piept en kraakt. Dat beeld klopt. Maar wat in het interview onderbelicht blijft, is de rol van het UWV zelf in het ontstaan en in stand houden van die druk.

Met name de suggestie dat werkgevers en intermediairs het systeem extra belasten door herbeoordelingen en bezwaren aan te vragen, verdient nuancering. Ja, die procedures kosten capaciteit. Maar het is te eenvoudig om ze als oorzaak van het probleem neer te zetten.

In de praktijk zien wij dat een aanzienlijk deel van die herbeoordelingen leidt tot een andere uitkomst. Denk aan situaties waarin een WGA-uitkering alsnog wordt omgezet naar een IVA-uitkering. Dat is geen marginaal verschijnsel, maar structureel. En dat roept een ongemakkelijke, maar noodzakelijke vraag op: wat zegt dat over de kwaliteit van de oorspronkelijke beoordeling?

Daar komt iets bij wat in de publieke discussie vrijwel ontbreekt. Het WIA-systeem is niet alleen gebaseerd op een initiële beoordeling, maar ook op het actief volgen van dossiers in de tijd. Veranderingen in belastbaarheid, behandelingen en prognose horen periodiek opnieuw te worden gewogen. Juist daar gaat het in de praktijk vaak mis.

Als dossiers – of beter gezegd: mensen – niet tijdig worden gevolgd en herbeoordeeld, verschuift die verantwoordelijkheid feitelijk naar werkgevers en hun adviseurs. Wat dan ontstaat, is geen overbelasting door externe partijen, maar een inhaalslag op gemiste momenten binnen de uitvoering. Veel herbeoordelingen en bezwaren zijn in die zin geen verstoring van het systeem, maar een correctie op het uitblijven van regie door het UWV zelf.

Het systeem van de WIA is helder bedoeld. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen tijdelijke en duurzame arbeidsongeschiktheid. Dat vraagt om een zorgvuldige, onderbouwde en navolgbare beoordeling van belastbaarheid en prognose, niet éénmalig, maar doorlopend waar nodig. Als die opvolging tekortschiet, ontstaat er automatisch een correctiemechanisme.

Het is dan ook onjuist om deze correctiedruk als een ‘perverse prikkel’ te kwalificeren. Integendeel: het is een logisch gevolg van een systeem dat anders fouten en gemiste herbeoordelingen niet corrigeert. Zonder deze tegenkracht zouden onjuiste of verouderde beoordelingen simpelweg blijven staan.

Wat hier feitelijk gebeurt, is dat een uitvoeringsprobleem wordt gepresenteerd als een systeemprobleem. Het tekort aan verzekeringsartsen en de achterstanden zijn reëel. Maar dat zijn interne knelpunten. Door de focus te verleggen naar het gedrag van werkgevers en intermediairs, ontstaat een vertekend beeld van oorzaak en gevolg.

De kernvraag zou niet moeten zijn waarom er zoveel herbeoordelingen worden aangevraagd. De kernvraag is waarom die aanvragen zo vaak nodig blijken te zijn — en waarom het systeem er niet in slaagt om zelf tijdig bij te sturen.

Zolang een substantieel deel van de herbeoordelingen leidt tot aanpassing van de mate of duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid, vervullen werkgevers en intermediairs feitelijk een corrigerende rol binnen het systeem. Dat is geen probleem dat moet worden beperkt, maar een signaal dat serieus genomen moet worden.

Als het UWV echt wil dat de druk op het systeem afneemt, ligt de oplossing niet in het ontmoedigen van bezwaar en herbeoordeling. De oplossing ligt in het verbeteren van de kwaliteit én de opvolging van beoordelingen: beter onderbouwd aan de voorkant, en actief gevolgd in de jaren daarna.

Zolang dat niet gebeurt, blijft correctie van buitenaf noodzakelijk.